Dat is de titel van het artikel op de site van het Slijtersvakblad.
In het kort: In Amsterdam werd de laatste 40 jaar een slijterij uitgebaat door Ton Kenter. Hij had de zaak overgenomen van zijn vader. In november stierf de slijter en bij het ontruimen van de slijterij in januari bleek de vloer ingestort onder het gewicht van duizenden en duizenden flessen.
De man had de winkel zo volgestouwd dat niet alleen de klanten maar ook hij zelf er niet meer bij pasten. Hij verkocht de laatste jaren vanaf de stoep of vanuit zijn auto. AT5 maakte er een TV-reportage van.
Eigenlijk vind ik het een zielig verhaal. Waarom heeft niemand uit de branche aan de bel getrokken en werd hij niet geholpen met zijn voorraadbeheer? Wie zijn die vertegenwoordigers die aan hem bleven verkopen om maar omzet te maken terwijl hij schijnbaar geen nee kon zeggen? Hoe betaalde hij die enorme voorraad waar geen omloopsnelheid in zat?
En als ik ooit zo gek word/ben willen jullie mij dan wel stoppen en/of helpen?






Reacties