Dit stukje is gepubliceerd in 'Wijnkenner', het wijnmagazine van De Monnik Dranken:
Wijnkenner heet dit blad. Het is dan ook een vakblad. Een blad voor mensen in het vak die moeten weten wat ze verkopen.
Maar het woord wijnkenner is een woord dat heel veel mensen ook afschrikt en afstand schept. Van die mensen die af en toe ‘een wijntje’ drinken en voor je toonbank staan met een schuchtere en onzekere blik.
‘Kan ik u helpen?’
‘Ik weet niks van wijn maar…’
Ze schuifelen wat heen en weer omdat ze zich op onbekend terrein begeven maar nu eenmaal een wijnkenner op bezoek krijgen en niet af willen gaan, of een cadeautje voor iemand moeten kopen die ‘verstand heeft van wijn’.
Ik krijg altijd een beetje medelijden, maar ook wel een schaamtegevoel. Medelijden met die klant en een schaamtegevoel omdat het ‘ons wijnkenners’ kennelijk is gelukt een grote groep mensen onzeker en bang te maken, dat we ze het gevoel hebben gegeven dat ‘wij het allemaal wel zullen weten’.
Het zijn juist die mensen die de wijngidsen kopen waarin wijnkenners hun vertellen wat ze zouden moeten kopen. Diezelfde schrijvende wijnkenners die zich meestal laten betalen door de wijnimporteurs van de wijnen die in dat boekje staan. Vaak zijn dat de supermarkten en de wijnen die in die boekjes staan zijn wijnen die in die supermarkten verkocht worden.
Niemand die ze vertelt dat wijn en smaak leren kennen een ontdekkingsreis is die je zelf moet maken om kwaliteit te kunnen ontdekken en te leren wat je zelf lekker vindt. Laat die consument maar lekker dom en onwetend zodat ze die boekjes blijven kopen.
Maar als je die ontdekkingsreis door smakenland niet zelf maakt, mis je ook de reiservaring en daarmee de training van je smaakpapillen.
Wat ‘wij wijnkenners’ geweldige wijnen vinden wordt waarschijnlijk niet eens lekker gevonden door de gemiddelde consument om het simpele feit dat deze de training van die smaakpapillen mist.
En we hebben het met zijn allen ook nog voor elkaar gekregen dat ze vaak niet eens durven zeggen dat ze het spul niet te hachelen vinden.
Ooit, best wel lang geleden ergens in de eerste helft van de jaren ‘80, was ik 16 en had een oudere vriend. Hij reed in een Volkswagen Golf met een surfplank op het dak. Hij imponeerde dames door die surfplank op het dak te laten liggen, ook als hij niet onderweg was van of naar het strand.
Ik werkte in het restaurant van de jachthaven en daar kende ik hem ook van.
Hij nam me mee uit eten en ik bestelde als aperitief een droge sherry. Ik vond het spul niet te drinken, maar zei dat natuurlijk niet, want heel zijn netwerk bestelde dat spul ook als aperitief als zij kwamen eten en ik hun moest bedienen.
Als ik droge sherry bestelde in plaats van bessen met ijs, dat ik toen eigenlijk veel lekkerder vond, zou ik er wel bij horen en indruk op hem maken dacht ik. Ik dronk droge sherry en at kreeft en oesters omdat het indruk maakte, niet omdat ik het lekker vond. Toen nog niet.
Wat ik toen nog niet wist of weigerde te geloven is dat je op je zestiende zoet wilt drinken en lekker vindt en naarmate je ouder wordt je smaakpapillen zich pas echt gaan ontwikkelen, mits je ze blijft trainen. Als je niks anders te eten of drinken krijgt wil je op je veertigste waarschijnlijk nog steeds zoete moedermelk. Als je wel alles leert eten en drinken krijg je op je veertigste die zoete plakkerige troep echt niet meer weg en kun je eindelijk echt genieten van een beendroge sherry met groene olijven zonder te veinzen dat je dat doet.
Ik mocht in december de champagnetest van Kassa van de VARA coördineren. Ik wist dus wat in de glazen van het testpanel zat. Dat testpanel bestond uit Nicolaas Klei, Janna Rijpma en Cees Vos. Ze hadden bij elke blinde proefronde allemaal een andere wijn in hun glas.
Omdat ik ook de flessen ontkurkte en inschonk had ik een vernietigend oordeel van de Champagne van de Lidl verwacht. De onderkant van de kurk van die fles was nog maar een fractie van de dikte die hij ooit moest zijn geweest, wat betekent dat deze Champagne verre van vers was en misschien wel al jarenlang over de wereld zwierf of jaren op dat Lidlschap stond voor hij er door mij vanaf werd geplukt.
De Champagne van de Lidl eindigde als tweede in de test van tien na een Crèmant de Bourgogne en voor alle grote merken. Die LidlChampagne smaakte al lang niet meer hoe de Champagnemaker ooit wilde dat hij smaakte. Die smaak heeft de Champagne als hij op de markt komt en nog een mooie brede Champignonvormige kurk heeft.
Hij had minder mousse dan bedoeld was, zag wat geel, was misschien wel een heel klein tikje geoxideerd, maar precies dat was wat die wijnkenners als ‘spannend en hoger van kwaliteit’ ervoeren.
80% van de gemiddelde consument kan geen of weinig waardering opbrengen voor die gerijpte smaken, maar diezelfde gemiddelde consument kocht wel massaal de Champagne van de Lidl tijdens de laatste jaarwisseling.
Lidl adverteerde met ‘de best geteste Champagne’. Op nummer één eindigde een Crèmant en geen Champagne dus ze logen niet en het spul was waarschijnlijk niet aan te slepen.
Met een beetje geluk zijn de door de klanten van de Lidl gekochte flessen wel jonger en verser geweest dan de eind november door mij gekochte flessen. Als dat het geval is geweest is er door die incidentele niet getrainde champagnedrinker, die één glas om twaalf uur van oud op nieuw drinkt, toch nog een beetje genoten.
Petra de Boevere






;-)
Op het achteretiket van een cava zag ik laatst de datum van 'degorgement', oftwel de datum waarop de cava gereed wordt gemaakt voor het schap! Ben toch benieuwd wat er op die Lidl-fles gestaan zou hebben. (En wat een ieder van de wijnkenners ;-) persoonlijk als score had.....)
Geplaatst door: Mariëlla | woensdag 8 april 2009 om 18:36
Het zou wat mij betreft toe te juichen zijn als men de degorgementdatum standaard op het achteretiket zou zetten, zou het een stuk makkelijker maken.
Geplaatst door: Petra | donderdag 9 april 2009 om 0:27
Persoonlijk vind ik niet zo veel mis met de genoemde boekjes. Over het algemeen zijn het wel de wijnen die beter zijn dan andere wijnen van dezelfde prijs. Over topwijnen heb je het sowieso niet in die prijsklasse, maar wel over het verschil tussen een slechtgemaakte ranzige, bittere merlot en een fruitige, soepele merlot.
Mensen die verder willen met wijn, zijn sowieso mensen die wel wat uit willen proberen. Mensen die alleen maar een slobbertje kopen en de smaak niet trainen, kopen het boekje ook niet is mijn ervaring.
Misschien verschilt dat per winkel, dat weet ik niet, maar ach. Als klanten aan mij advies vragen, kan ik ze ook wel iets heel anders adviseren dan zij lekker vinden, simpelweg omdat onze smaken verschillen en omdat het heel moeilijk is voor dat soort mensen om uit te leggen wat ze zoeken - ze zijn niet bekend met 'wijnterminologie' en denken al gauw dat zoet en zuur tegenovergesteld zijn bijvoorbeeld, of vragen om een zoete droge wijn. Juist dit soort gidsjes blinkt uit in het soms op bijna dichterlijke wijze vertellen over smaak op een manier die voor veel mensen heel begrijpelijk is, met bv. vergelijkingen over het weer of voedsel.
Geplaatst door: Alicia | dinsdag 23 juni 2009 om 18:24