Dat vindt de Europese unie in ieder geval. Brussel heeft in al haar wijsheid besloten dat het is toegestaan om rosé te maken door rode en witte wijnen te mengen. 87% van de Fransen is hier fel op tegen en werd er zelfs lichtelijk opstandig van, maar Nicolas Sarkozy gaf geen krimp.
Nu staat president Sarkozy niet bepaald bekend als een wijnliefhebber, hij houdt waarschijnlijk meer van vrouwen, dus viel van die kant ook bar weinig steun te verwachten.
Traditionele rosé-producenten zijn echt “furieux”. Daar sta je dan met
je goede gedrag om een kwalitatief goed product te maken, daarvoor laat
je voorzichtig met al je passie en liefde kort de schillen van je
zorgvuldig geteelde blauwe druiven mee gisten in het altijd blanke sap,
wat niet alleen kleur maar ook finesse aan de wijn geeft en bijdraagt
aan het “terroir” waar de Franse wijnboer zo trots op is.
Die Franse traditionele rosémaker mag zijn betere rosé dan wel
“rosé traditionel” gaan noemen, maar zo is natuurlijk wel een
neergaande spiraal ingezet.
De
miljoenen liters overproductie wijnen van lage kwaliteit kunnen straks
gewoon gemengd worden. Hup een tankje rood en hup een tankje wit erbij,
eventueel een baal suiker om de fouten te verdoezelen, even roeren en
klaar!
Dat zal over het algemeen waarschijnlijk geen wijn worden waar u en ik
echt vrolijk van worden, maar er zit natuurlijk wel alcohol in die
vloeistof als het je daar enkel en alleen om te doen is.
Heeft u al eens geprobeerd een flesje gekoeld goedkoop rood met een
flesje goedkoop wit te mengen? Even wat verschillende mengverhoudingen
proberen, voorzichtig proeven en kijken wat je er van vindt. Ik heb het
nog niet gedaan, maar ga dat binnenkort toch eens uitproberen.
Misschien valt het best wel mee, maar ik ben bang dat ik het stuivende
fruit, de framboosjes, de aardbeien en de gelukmakende eerste slok zal
gaan missen.
Ik las ooit in de uitkomsten van een Amerikaans onderzoek dat 80% van de consumenten geen smaak heeft en niet kan proeven, of dat misschien wel simpelweg nooit heeft geleerd. Dat betekent dus dat diezelfde 80% het misschien ook helemaal niet uitmaakt wat er in een fles zit. “Het is roze en er staat rosé op, dus zal het wel goed zijn en als ik het niet lekker vindt ligt dat aan mij want ik weet nu eenmaal niets van wijn.” Met deze gedachte wordt de supermarktkar volgeladen voor een feestje.
Het was eind november 2004 toen ik na een verbouwing mijn winkel
heropende. U kent dat wel, daar hoort een officiële opening met een
receptie met leveranciers, notabelen, relaties, familie en Sinterklaas
bij.
Om zelf op die dag te kunnen “socialen” had ik bij het uitzendbureau
twee horecamensen ingehuurd om de drankjes en de hapjes te verzorgen.
Keurig in zwart-wit werden onze gasten met alle egards behandeld en van
een natje en droogje voorzien. Ik had nog even getwijfeld of ik voor
die gelegenheid ook rosé zou koud leggen, maar het was bijna winter, er
was champagne, er was rode en witte wijn, er was bier en er waren wat
sapjes. Dat vond ik eigenlijk ook allemaal wel voldoende.
Tijdens mijn rondje door mijn spiksplinternieuwe winkel kwam ik terecht
bij de accountant, de bankman en de notaris, die stonden gezellig
geanimeerd midden in de winkel met een glas rosé in hun handen te
keuvelen.
Hè? Rosé? Hoe kon dat nu? Ik had dat helemaal niet koud gelegd!
Ik spurtte gelijk naar achter om te vragen waar ze die rosé
vandaan gehaald hadden. Het antwoord bood direct duidelijkheid. Het was
helemaal geen rosé, het was kinderchampagne! Van dat roze mousserend
appelsap met aardbeiensmaak voor de aanwezige kinderen.
Rosé was in 2004 net “trendy” en de notabelen hadden die hippe glazen
dan ook zonder enige aarzeling van het dienblad afgenomen.
Toen ik ze vroeg wat ze van de rosé in hun glazen vonden kreeg ik enkel
lovende woorden, ja hij was misschien wel wat aan de zoete kant, maar
rosé was toch hartstikke in?
Ik heb toch maar de glazen afgepakt en hun wat anders aangeboden. Of ze
echt niet doorhadden dat er geen alcohol in hun “wijn” zat en het zoete
kinderbrol was, ik weet het nog steeds niet.
Misschien wilden ze wel gewoon aardig en niet te kritisch zijn, maar
voor hetzelfde geld proefden ze het echt niet.
Hoe meer rotzooi de markt overspoelt hoe moeilijker het lijkt te gaan
worden om de consument te kunnen overtuigen waarom die duurdere wijnen
hun geld waard zijn.
Want zeg nou zelf, welke supermarktcaissière gaat de consument het
verschil kunnen vertellen tussen ‘rosé traditionel’ en een “gewone”
roze wijn?
Petra de Boevere
(Deze column is gepubliceerd in Wijnkenner nr 2-2009, het wijnmagazine van de Monnik Dranken)






Beetje zoals die chocolade discussie met Engeland een paar jaar geleden... nouja, een paar... moet alweer 20 jaar geleden zijn.
Die mochten toen een bepaald type chocola geen chocola noemen (en terecht).
Eigenlijk zouden Nederlandse wijnhandelaren en supermarkten hier niet aan mee moeten werken en 2 categoriën handhaven:
Roze wijn en Rosé wijn :-)
Geplaatst door: Bas | zaterdag 6 juni 2009 om 12:43
In deze tijd waarin steeds meer mensen verstand krijgen van wijn en herkomstbenamingen lijkt dit me een uitgelezen kans voor het herprofileren van de traditionele rose's. Nu is de tijd om te laten zien dat deze rose's beter zijn dan het gemengde goedje. Vanuit marketing technisch opzicht is deze nieuwe wetgeving een geniale kans.
Geplaatst door: Bert | zondag 7 juni 2009 om 14:27